up date

Laatste update maart 2011
Webmaster-Weblayout
Sonja van Vliet




            De Geschiedenis van de Holle Kropper.

Het is misschien wel niet zo origineel om zover terug te gaan in de geschiedenis van de Holle Kropper,
maar om een goed inzicht te krijgen moet men wel bij het begin beginnen.
Om het begin op papier te zetten is o.a. het blad Avicultura en de Norwich Kropper geraadpleegd.
En de archieven van onze Vereniging "Vrienden Holle Kropper Fokkers-Nederland" door gespit.,

Onze club is dan wel niet zo oud maar dat wil niet zeggen dat de leden ook beginners zijn, de gemiddelde leeftijd van ons ledenbestand is normaal, dus vergrijsd.
D
us precies als bij iedere andere vereniging in de Sierduivensport hebben wij leden met al zeer veel jaren fokkers ervaring van de Holle Kropper.



                                                  de Oploper
                                           Penschets van de Oploper van d' Hondecouter schilderij      
                                                                    uit 1665  door C.S.Th. Van Gink.


De "Oploper" is volgens oude documenten de voorloper van een van de types die gebruikt werden voor
de verbetering van de "Holle Kropper".
John Moore, de beroemde schrijver van het oudste Engelse duivenboek van 1735, geeft een zeer goede omschrijving van de "Uploper" of Oploper".

Een uiteenzetting die later door H. B. Tegetmeyer, voor zijn boek "Pigeons" in 1868 is overgenomen en volledig werd omschreven.
Wanneer wij deze korte doch juiste beschrijving goed lezen en ons de daarin beschreven vogel van die tijd voor de geest halen, dan zal elke fokker onmiddellijk toegeven, dat deze beschrijving op het huidige Holle Kropper ras slaat en een zuiver Hollands fok product is.
Moore zegt dan: 'The Uploper"( columba guttorosa soliens) is een zuiver fok product uit Holland, doch heeft heel veel overeenkomst met de Engelschen Kropper, alleen is de "Uploper" in alle delen wat kleiner.
De krop van de vogel is zeer rond, de snavel gaat er meestal geheel in schuil; de benen zijn kort en fijn, de tenen kort en gesloten.
De vogel staat zodanig op de tenen dat indien hij in actie is, het mogelijk is, iets onder de bal van de voet te schuiven.
De dijbenen staan dicht te samen, terwijl de houding zeer opgericht is.

Een type wat ook in de ontwikkeling van de Norwich Kropper en de Hollandse Kropper van voor 1900 een grote rol heeft gespeeld.
Dat was logisch want er waren in die tijd maar weinig bruikbare rassen om in te kruisen.
Ook is het duidelijk dat de Holle Kropper in die jaren nog een grote vogel met aflopende rug, grove ballon en een spreid staart had.
Ook de vermaarde Duitse schrijver Prútz, die een duidelijke beschrijving geeft, met zelfs maten en gewichten, die ons op zeer duidelijke wijze de vogel aan het einde van de 19e eeuw beschrijft.
H
ij zelf is echter voor het ras al weinig enthousiast en laat zich er weinig vleiend over uit.
Hij noemt het ,
´´ die Hollandische Ballonkropftaube´´, welke speciaal opvalt door haar bijzondere kortheid, ronde bouw en sterk terug gebogen hals, hoewel ze in andere punten een volkomen kropper lijkt.
Vooral met de Franschen
Kropper heeft ze overeenkomst inzake ballon en been bevedering.
De kleur en tekening is volkomen gelijk aan die van alle andere kropper rassen.
De vogel is in de ware zin van het woord een dwerg vorm van de Franschen Kropper, d.w.z. hij is mismaakt en oneven redig van bouw, zoals de meeste dwergen!

Hij was een goede blazer en een hele typische vlieger, het was om deze beide eigenschappen, dat men dit ras toen hield, en kweekte voor op en om het huis.
Er was toen nog geen sprake van het houden van tentoonstellingen.
Het was een heel sterk verbreid ras en werd in alle delen van Nederland aangetroffen.

In latere jaren, voor 1900, waren er zo langzamerhand een drietal typen ontstaan, het Haagsche, het Amsterdamsche en het Groningse type, dat elk voor zich nog vele jaren heeft bestaan.
D
och ná 1900, na de oprichting van de speciaalclub, toen de samenwerking tussen de voornaamste fokkers intensiever werd, en de sport pers voorlichting gaf, verdwenen al deze typen en ontstond de hedendaagse (1920) Holle Kropper, de fijne elegante vogel zoals wij die thans alle kennen.
Vanaf dat moment werd er gefokt en beoordeeld volgens de toen geldende standaard.
V
an de drie types die men hier kenden was de Amsterdamse Ballon Kropper de meest gelijkende type.
De naam "Oploper" heeft zijn naam te danken aan, wanneer de doffer de duivin het hof wil maken, hij met trippel pasjes en uitgespreide staart loopt.
Dat is dan ook de rede, dat de Hollandsche liefhebbers hem " Oploper" hebben genoemd, afkomstig van het woord "oplopen", het geen betekent, dansen, springen.


                                           
                                           amsterdammer
                                                     Amsterdammer Ballon Kropper.

De "Oploper"werd door C.S.Th. Van Gink als pentekening gemaakt van een schilderij van de schilder Melchior d"Hondencoeter in het jaar 1665.
Z
oals men wel weet is de Holle kropper één van de oudste Hollandse sierduiven rassen.
De eerste Holle Kropper is in de jaren 1890-1900 gesignaleerd, men moet dan niet denken aan het Type van deze tijd, (2000) dat heeft de jaren daarna een grote evolutie doorgemaakt.
M
aar iets wat er een beetje op leek zag men in de jaren rond 1900 in de verschillende regio's, het was een type wat regio gebonden was.
Men moet dan denken aan de Amsterdamse, Groningense ( slenke duif), en het Haagsche type.

Daar ontstond een grote rivaliteit over, want ieder stond voor zijn eigen type.
Dat kwam ook omdat er geen overleg of coördinatie was "wat willen wij".
Dat kwam ook omdat er in alle partijen mensen zaten die maatschappelijk van hoog aanzien waren.
Dus was het een strijd van ene partij tegen de andere.
In Groningen was het een type waar het ras "Slenke duif" in gefokt was, dus gebogen hals maar weinig ballon en een sterk afhellende stand.


                                             slenke duif

       
In Amsterdam had men een Kropper met een enorme ballon, waar in de Norwich Kropper in gefokt was.
Hij werd de Amsterdamse Ballon Kropper genoemd.
Haagsche Holle Kroppers.
In die tijd , Den-Haag was nog maar een eenvoudige stad waar vele welgestelde lieden plezier hadden in het houden van duiven en gevogelte.
De oude patricische huizen hadden in hun grote, ruime en fraai aangelegde tuinen een inrichting tot het huisvesten van gevogelte, waaronder de duiven, en speciaal de Holle Kroppertjes, een belangrijke plaats innamen.
Onder de houders van deze duiven bestond grote vriendschap en gewoonlijk liet men in de middag zijn duiven vliegen, immers daarvoor had men ze, dat gaf het genoegen eraan.
Duizenden vogels vlogen om die tijd boven de stad.
O
m de dieren tot een maximum aan te sporen ging men als volgt te werk.

De Holle Kropper duivinnen vlogen met gekruiste doffers, deze doffers traden op als begeleiders van de Holle Kropper duivinnen, als deze afdwaalde haalde deze doffers de duivinnen terug en brachten ze naar huis.
Hadden de Holle Kropper duivinnen enige tijd met deze gekruiste doffers rondgevlogen, dan werden alle weer in de volières teruggehaald, waarna de Holle Kropper duivinnen met Holle Kropper doffers werden losgelaten, om andermaal een vlucht te maken.
                                                         
De z.g.n. '' prachtvlucht'.
De eerste vlucht diende ervoor om de duivinnen wat te vermoeien en de grootste drift er uit te halen, daar ze anders met de Holle Kropper doffers te samen een niet zo goede vlucht zouden geven.
Had het spel een half uur geduurd, dan werd het koppel door middel van een lokduif of "brasser", welke aan de ingang van het hok op een kruk was vastgemaakt, tot dalen en binnenkomen geroepen.
De Holle Kropper vlieg duivinnen waren in kleine, afzonderlijke hokjes ondergebracht, meestal bijna geheel donker en steeds buiten het bereik van de Holle Kropper doffers die ze ook niet anders dan tijdens het vliegen zagen.

Dit spel van doffers en duivinnen was schitterend en opwindend, de belangstelling steeds groot, vooral bij prachtig kalm weer en helder zonneschijn.
J
aren geleden hebben wij er nog enkelen overblijfselen van in Den-Haag teruggevonden.
Doch toen was het spel meer ontaard in een spel van lokken en vangen van elkaars duiven, hoewel de "vlucht"der duivinnen en het spel der gekruiste doffers nog bestond.
D
e prachtvlucht met de Holle Kropper doffers was echter verdwenen.
Hoewel de tentoonstellingen in die tijd niet bestonden in de geest en het idee van onze tegenwoordige algemene pluimvee tentoonstellingen, waren er toch momenten en gelegenheden, dat deze Holle Kroppers werden tentoongesteld.
D
it vond meestal in de zomer plaats en meestal in de tuin van een of andere liefhebber. Zo'n tentoonstelling was een heel feest en trok veel belangstelling van  liefhebbers.


                        Dhr rey
                                    Een kijkje in de tuin van "La Roseraie" te Scheveningen. 

Bovenstaand kiekje toont ons een opname van een gedeelte van de tuin van "la Roseraie", de fraaie villa van de heer Rey aan den Hoogenweg te Scheveningen.
Op de voorgrond de heer en mevrouw Rey en hun drie kinderen, twee jongens een goudlokkig meisje.
O
p de achtergrond de prachtige volière, uitmuntend beschut gelegen tegen een hoge tuin muur, links is de postduiven afdeling, terwijl rechts de Holle Kroppertjes gehuisvest worden.
Het hok heeft een soort "hal", als gang, waar tevens het voer enz. bewaardt wordt.
Vandaar komt men in de hokken, links en rechts.
D
e volière is zeer gunstig gelegen wat de zon betreft, glazen ramen beschutten de dieren in de winter tegen de ruwheid van ons klimaat.

De Holle Kropper is altijd een populair ras geweest en het is op dit moment (2010) nog steeds zo.
Als een sport populair is staat het altijd in de belangstelling en trekt de aandacht en komen er mensen op af die ook graag willen laten weten, en vooral willen laten horen wat ze allemaal wel niet weten van het ras
"Holle Kropper".

Dus heeft men veel know-how in de vereniging.
Het is ook een ras wat altijd discussie en spanning in de club gaf.


                                              Standaard  1914-1920
                                 1920

Er zijn in de begin jaren van de Holle Kropper tussen 1900-1924 belangrijke mensen geweest die het ras in de media wisten te promoten, vooral ook omdat zij daar de middelen voor hadden.
D
e heer Van Gink was hoofdredacteur van Avicultura en werkte in het begin zeer nauw samen met Henry Rey, dat was heel goed voor de Holle Kropper.
D
e heer Henry Rey was een hooggeplaatste burger en dan staan alle deuren open.
Later werkte de heer Van Gink samen met C.A.M. Spruyt die vele duiven boeken heeft geschreven en Van Gink
illustreerde al die boeken, hij was een begenadigd duiven tekenaar.
Z
o illustreerde hij ook de Holle Kropper artikelen die er verschenen.
De heer Spruyt heeft ons een hele boekenkast met leerzame boeken over alle rassen en elke duiven groep nagelaten.
N
adat Van Gink als vaste illustrator bij Spruyt was weggevallen is voor de ons bekende tekenaar/schilder Johan Lentink uit Kampen als vaste compagnon in zijn plaats gekomen.


                                    holletjes lentink
                                Groep Holle Kroppers geschilderd door Johan Lentink
  
Wat ook is opgevallen dat wanneer die belangrijke mensen van het toneel verdwijnen , door wat voor rede dan ook , het met de promotie van de Holle Kropper en duiven in het algemeen een stuk minder wordt.
Er is in de periode , begin 1926 tot en met de oorlog 1940-1945 weinig meer te vinden en ook na de oorlog is er vrijwel niets te vinden.
Daarom is het bij veel oude speciaal clubs zo, dat er veel jaren geen actie meer was als club, dus eigenlijk waren het dan slapende clubs en soms op sterven na dood.
T
otdat er weer een jubileum op komst was en alle middelen ingeschakeld werden om dat feestelijk te vieren. Zo wordt de draad dan weer opgepakt, alsof het jaren goed gaat met de club.
Z
ij hebben dan wel weer de mogelijkheid de media (bladen) te benutten om alle aandacht te vragen.

O
m te besluiten met dit stukje geschiedenis van de Holle Kropper de ontwikkeling van 1900-1945 en na 1945.
Hieronder zijn de aangegeven de rassen die in de begintijd zijn gebruikt om te komen tot het geen men toen voor ogen had.
De laatste 20 jaren worden er steeds minder externe rassen in gefokt, omdat de kwaliteit van het ras nu op zo'n hoog niveau is dat men er eerder slechter dan beter van wordt.
De kwaliteit verbetering komt hoofdzakelijk tot stand door streng te selecteren en vooral goed te koppelen van de broed stellen, en wat men mist proberen te verkrijgen uit een andere stam.
Wat men ook ziet bij fouten bijv. de losse achter partij, komt vaak bij de Engelse Modena vandaan.
Ook de agressiviteit komt in bepaalde kleur slagen van dat ras in de Holle Kropper terecht.
Dus wees voorzichtig met het kiezen van andere rassen.
Dit geldt natuurlijk ook voor het kaal benig maken van de Holle kropper.



                            
ontw
                                     ontwikkeling van de Holle Kropper van 1900-1945



                             


                               ontw na 1945
                                ontwikkeling van de Holle kropper na 1945. tekeningen Jan de Jong