

update maart 2011

|
Standaard van de
Holle
Kropper

Algemeen
voorkomen:
Brede , korte
symmetrisch
belijnde
en goed geproportioneerede dwergkropper met zodanige ronde vormen,
dat de vogel
a.h.w. in een cirkel geplaatst kan worden: soepel en sierlijk in zijn
bewegingen en vertrouwelijk van karakter.
Houding:
Rustig, ongedwongen en
horizontaal.
Kop:
Middelmatig
van grootte,
langwerpig, fraai gerond en
met licht gewelfd voorhoofd,
de kop wordt recht
gedragen,
zodat de snavel midden
op de opgeblazen krop rust.
Snavel:
Middelmatig van lengte,
goed
gesloten en recht, met dien verstande dat de bovensnavel aan de punt
licht gebogen is.
Vleeskleurig
bij witte, rode en gele vogels.
Zwart
bij zwarte, blauwe en grijze.
Hoornkleurig
bij dieren van de
overige kleuren.
Neusdoppen:
Klein,
fijn van weefsel en wit bepoederd.
Ogen:
Rond en levendig van uitdrukking, donker bij
de
witroeken,
vogels
overige kleurslagen is al
naar gelang de iris
oranje-rood tot geel van kleur.
Oogranden:
Smal
en
fijn van weefsel, al naar gelang van de
kleurslag lichtvleeskleurig tot donkergrijs.
Keel:
Goed
uitgesneden, hetgeen bij de opgeblazen ballon
niet zichtbaar is.
Hals:
Lang,
soepel en sierlijk zover achterwaarts
over de
rug gebogen, dat een loodlijn van het oog uit
neergelaten
achter de benen de grond raakt,
doch
niet te diep gebogen, waardoor de kop,
op de rug zou komen te
rusten.
Los
gedragen zodat de hals als de vogel
loopt
gracieus op en neer wordt bewogen.
Bij
het koeren werpt de vogel de
hals in
één slag achterwaarts(zgn.nekslag),
waarna
het dier de juiste stand aanneemt.
Ballon:
In
opgeblazen toestand zodanig, dat de
cirkelvormige
belijning van de vogel wordt vervolmaakt,
soepel
en beheerst gedragen en a.h.w. over de
schouder bloezend.
Schouders:
Breed,
vast tegen het lichaam en
opgetrokken
gedragen.
Borst:
Breed
en rond.
Romp:
Kort,
breed en goed gevuld.
Rug:
Breed en hol.
Vleugels:
Lengte
in verhouding tot die van het lichaam,
zodanig dat de vleugeluiteinden,
die meestal min of
meer gekruist
worden gedragen
tot
even voor het staarteinde reiken, breed en goed
gesloten gedragen.
Staart:
Kort,
bestaande uit brede en
stevige staartpennen,
goed gesloten en enigzins opwaarts gericht gedragen.
Benen:
Middelmatig
van lengte, goed onder het lichaam
geplaatst en recht,
doch in de kniegwichten
iets achterwaarts
doorgeknikt,
benen
zijn karmijnrood van kleur, de kleur van de
nagels komt overeen met die van de snavel.
Bevedering:
Dik
en Overvloedig, glad
en gesloten.
Kleur en
tekening:
Eénkleurig:
Wit zuiver
wit met een satijnachtige glans aan de
hals.
Zwart:
Diepzwart
met een kevergroene glans, vooral aan de
hals.
Blauw:
Helder
blauw, doch donkerder en groenglanzend
aan de
kop,
hals en borst, de vleugelschilden
voorzien van twee smalle,
goed
doorlopende en scherp afgetekende zwarte banden.
De slag en
staartpennen donkerder van kleur en over
de staart tot
ongeveer een,
1/2 cm van het
staarteinde een circa 3cm brede donkere
band.
Blauwschimmel:
Mengeling
van blauw en wit
(peper en zoutkleur),
variérend van licht tot donker,
met voorkeur voor de
middenkleur.
Donkerder en
glanzend aan
de hals, de
vleugelschilden voorzien, van twee smalle goed doorlopende,
zo donker
mogelijke banden.
Donkere slag
en staartpennen.
Rood:
Warm
rood en glanzend aan de hals, geel-oranjeachtig geel en glanzend aan de
hals.
Blauwzilver:
Lichte
zilverkleur, doch donkerder en groenglanzend
aan de kop, hals en borst.
Vleugelbanden,
staartband en slagpennen zo donker
mogelijk.
Roodzilver:
Helderparelgrijs
met rode gloed, kop, hals en borst
glanzend roodachtig- bruin , vleugelbanden rood.
Geelzilver:
Zachte
roomkleur kop, hals en borst glanzend geel ,
vleugelbanden geel.
Bont:
De
vogels van deze tekening -variëteit
zijn gekleurd, behoudens een halvemaanvormige,
zo symetrisch
mogelijk getekende witte vlek op de
ballon(slabtekening).
Witte buik , dijbenen en onderste gedeelte van de
borst, zomede
van de vleugelpennen de
buitenste 7-11 wit.
En bij rood ,
geel en geelzilver een witte staart. Op
de vleugelschilden bij de vleugelboog
een zgn. vleugelrozet,
bestaande uit
7-12
witte vleugeldekveertjes, die zoveel mogelijk door gekleurde moeten
zijn afgewisseld,
zodat
niet een ineengevloeide vlek
ontstaat.
De kleur van
de vleugel en staartbanden en van de
gekleurde gedeelten voor wat kleurdiepte en glans betreft
moeten
hetzelfde zijn ten aanzien van de
éénkleurige dieren beschreven .
Getijgerde:
Bij
vogels van deze tekening-variéteit
bestaat het verenpak uit gekleurde veren afgewisseld door witte ,
in een zo
gelijk mogelijke verdeling: vleugel en
staartpennen gekleurd.
De kleuren
voor wat betreft kleur diepte en glans ,
hetzelfde als ten aanzien van de éénkleurige
dieren.
Diskwalificerende
fouten:
Sterk afhellende rug,
zodanig dat de staart de grond
raakt.
Scheve hals
en ballon.
Scheve staart, naast het lichaam geplaatste benen,
X-of
o-benen.
Ronde rug.
Onder de staart gedragen vleugels.
Bij
bonte dieren:
Gekleurde pennen tussen de witte,
of witte tussen de gekleurde pennen,
voor zover
het betreft de 6 buitenste
vleugelslagpennen of de staartpennen.
Bij
roeken en getijgerde:
Gekleurde pennen tussen
witte, of witte tussen gekleurde in vleugel of staart.
Niet voldoende horizontale
houding.
Stugge hals,
minder lange hals.
Niet
voldoende geblazen ballon.
Smal lichaam.
Te lang in
achterpartij.
Onvoldoende kleur.
Onvoldoende
tekening.
Beoordeling:
Na
het
algemeen voorkomen zijn de volgende raskenmerken in volgorde van
betekenis:
1.
Type en stand
2.
Hals en ballon
3. Vulling
4. Kleur
en tekening
Kleuren:
Eenkleurig
Gekrast
Geband
Schimmel
wit
Roodzilvergekrast
Roodzilvergeband
Roodzilverschimmel
zwart
Geelzilvergekrast
Geelzilvergeband
Geelzilverschimmel
dun
Blauwzwartgeband
Blauwschimmel
rood
Blauwzilvergeband
Blauwzilverschimmel
geel
andalusisch
Getijgerd
Eenkleurigbont
Eenkleurigbont
met gekleurde staart
Gebandbont
Zwartgetijgerd
Zwartbont
Roodbont
Roodzilverbont
Dungetijgerd
Dunbont
Geelbont
Geelzilverbont
Roodgetijgerd
Roodbont
Blauwzwartgebandbont
Geelgetijgerd
Geelbont
Blauwzilverbont
Zwartlichtgetijgerd
|